Afgelopen maandag heb ik een meditatie gedaan waarbij ik het stukje over ‘de pissebed’ heb voorlezen uit het boek “De kikvors en de flamingo” van Midas Dekkers. (p. 33-35) Niet ons meest favoriete dier. We noemen het zelfs ‘ongedierte’ dat bestreden moet worden. Maar klopt dat wel?

Pissebedden zouden veel meer waardering moeten krijgen van ons!
En pissebedden lopen ook al veel langer op de aarde rond dan wij mensen. Ze waren er al in het Trias, dat was 251,9 tot 201,3 miljoen jaar geleden. Dus wat betreft hun ouderdom verdienen ze ook wel wat meer respect van ons.
Tot voor kort werden ze veel gebruikt in de geneeskunst. De naam pissebed stamt uit onze eerste geneeskunst. Tegen het eind van de middeleeuwen werden ze gebruikt om het plassen (pissen) te bevorderen. En in de volksgeneeskunde als middel tegen bedwateren.
In “Geschiedenis van de medische wetenschap in Nederland” van G.A. Lindeboom (Haarlem, 1981) las ik: “In de Middeleeuwen had de geneeskunst, behalve het verhaal dat de lijders van hun ziekte gaven, en de beschouwing van hun lichaam, geen andere hulpmiddelen dan het voelen van de pols en het bezien van de urine. Het piskijken was, om zo te zeggen, een plechtig ritueel. De middeleeuwse arts wordt dan ook veelal afgebeeld met een urinaal in de hand. Dat de piskijkerij (uroscopie) door sommigen op grove wijze misbruikt werd, ligt voor de hand. De therapie van de middeleeuwse arts bestond voornamelijk uit het voorschrijven van dieet- en leefregels, aderlaten, laxeren, het zetten van koppen en fontanellen, de aanwending van blaartrekkende middelen op de huid (Spaanse vliegen), bewerken met het brandijzer (cauteriseren) en het toedienen van geneeskruiden, welke het zweten of de urine-vloed bevorderden, de pijn stilden, de eetlust opwekten, enzovoort. De voorgeschreven ingrepen (aderlaten, etc.) liet hij door een chirurgijn doen.”

Zoals Midas Dekkers aan het eind van zijn verhaal over de pissebed ook al concludeert: “Want geneeskunde is en blijft als de liefde: het mooiste dat er is, maar wel wat onsmakelijk.”
Het is de eeuwige en eindeloze paradox die we voortdurend tegenkomen. We bestempelen de pissebed als ongedierte. Maar, ze zijn ouder, en als biologische soort succesvoller, dan wij. Ze zijn in hun hele doen en laten volledig klimaat vriendelijk, in tegenstelling tot ons.
Tja, wij zien onszelf wel als zulke hoogstaande wezens, en proberen de natuur te controleren. Maar wij maken onderdeel uit van die natuur. We gedragen ons er alleen niet naar. In tegenstelling tot de pissebed. Die levert een duidelijk bijdrage. Wij belastten de natuur grotendeels. Wie is nu de hoogstaandere soort?
En er is een voortdurend voortgaande cyclus gaande, en die komen we ook tegen in onze ervaringen. We vinden iets mooi, of lelijk. Schoon, of vies. We oordelen voortdurend. En, wordt je eens bewust van die (voor)oordelen. Want, ten aanzien van de pissebed zijn de meesten van ons duidelijk bevooroordeeld. En, wie zijn wij?
En wat betreft de eeuwige en eindeloze paradox, die zien we nu ook weer terug in de natuur, met de wateroverlast en overstromingen in Limburg, de Eiffel, het gebied rondom Luik. Vreselijk!
Maar tegelijkertijd kunnen we niet zonder water. Water geeft leven, en nu neemt het leven. Ook hier ervaren we weer die paradox. En dat had Freud goed gezien, Eros en Thanatos. Tegenovergestelde krachten die voortdurend binnen ons werkzaam zijn. Leven en dood.
Ik leef mee met de mensen in het getroffen gebied. Onbeschrijfelijk als je dit overkomt. Ik wens hen heel veel sterkte in deze moeilijke tijd.
Ik wens iedereen een fijn weekend, en ik hoop jullie maandag weer een inspirerend verhaal voor te lezen.
Nancy Meesters.