Op internet is dit In Memoriam filmpje (opgenomen op 20-09-2014 tijdens de 32e nacht van de Poëzie) te vinden, waar hij zelf het gedicht “Poëzie is een daad” voorleest. De laatste zin van dit gedicht: “De dood is een ontroering.” I.M. Remco Campert.
Poëzie is een daad
Poëzie is een daad
van bevestiging. Ik bevestig
dat ik leef, dat ik niet alleen leef.
Poëzie is een toekomst, denken
aan de volgende week, aan een ander land,
aan jou als je oud bent.
Poëzie is mijn adem, beweegt
mijn voeten, aarzelend soms,
over de aarde die daarom vraagt.
Voltaire had pokken, maar
genas zichzelf door o.a. te drinken
120 liter limonade: dat is poëzie.
Of neem de branding. Stukgeslagen
op de rotsen is zij niet werkelijk verslagen,
maar herneemt zich en is daarin poëzie.
Elk woord dat wordt geschreven
is een aanslag op de ouderdom.
Tenslotte wint de dood, jazeker,
maar de dood is slechts de stilte in de zaal
nadat het laatste woord geklonken heeft.
De dood is een ontroering.
uit: ‘Het huis waarin ik woonde’ (1955) van deze website
Gelukkig heeft hij ons al veel mooie gedichten geschonken. Ik had al eerder een gedicht van hem voorgelezen uit het 3-luik “Iemand stelt de vraag”. Het 2e gedicht uit dit 3-luik was erg populair, en werd veel gelezen en gebruikt toen Rusland op 24 februari Oekraïne binnenviel.
De gedichten die ik dit keer had uitgekozen komen uit de bundel ‘Met man en muis’ uit 1955, en zijn mooie voorbeelden van zijn filosofie dat ‘een gedicht vorm krijgt op het moment van ontstaan’, hetgeen ik ook heel erg mindful vind.
De kunst is op het punt
Van ontstaan.
Dat is zijn enige punt
Dat van ontstaan: daarin heeft zich werkelijkheid
Geconcentreerd, de stenen
En de ongrijpbare adem
Om die stenen, de schoorsteen
En het moment van wat is rook
En wat is lucht.
(p. 10)
Hun instrumenten
bewogen als aangehaalde katten
in de zwarte koffers.
Sleutels en noten bevrijdden zich
van het papier en sprongen
o Nijinsky in de lucht.
De violisten deden alsof zij het niet merkten
en roezemoesden door
maar ik zag de koffers zich ontsluiten
en de noten zochten hun snaren op
de musici wierpen er tersluikse blikken naar
ogen vol vreugde
(p. 28)
‘Een gedicht krijgt vorm op het moment van het ontstaan’ is een filosofie die Campert heeft ontleend aan jazzmuzikanten. Terwijl de muzikanten aan het praten zijn, weten de instrumenten al wat er moet gebeuren: muziek maken. Dit verheugt de musici: de muziek ontstaat vanzelf.
Ik wens iedereen een fijn weekend, en ik hoop jullie maandag weer te mogen verwelkomen en te inspireren met een mooi stukje uit een van de andere gedichten van Remco Campert.
Nancy Meesters.